Felicitas van Oudenhove: 108 lentes jong en fris van geest, de álleroudste oud-leerlinge van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn

IMG_3720webEEKLO/ST-DENIJS-WESTREM – Felicitas Van Oudenhove (108) liep in de jaren ’20 school op het Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn. Rita Van Hoecke en Paul Wallaert gingen met haar praten en schreven het interview neer:

“Mijn vriendin en ik gingen net een spelletje scrabble spelen!” Ik schrok me een hoedje toen ik op de kamer arriveerde van Felicitas van Oudenhove. Ze is 108 jaar oud, spits en gevat, heeft een fenomenaal geheugen en… is oud-leerlinge van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn. We kwamen Felicitas op het spoor via een tip van oud-directrice Francine Van Hamme. Er kwam een beetje overtuigingswerk aan te pas vooraleer Felicitas ons wilde ontvangen (ze hoort en ziet niet meer zo goed, wat zou je willen…), maar uiteindelijk mochten we voor een interview afstappen in home Zonnehove in Sint-Denijs-Westrem. “De burgemeester van Gent dringt ook al een hele tijd aan om eens te mogen langskomen, maar mijn moeder houdt de boot af”, vertrouwt dochter Hettie ons toe. “Maar jullie mochten dus wel eens langskomen”. Oud-leerkracht Rita Van Hoecke was ook op de afspraak. Zij schreef destijds het boek De Zusters van Liefde in Ten Doorn (1822-1965) en is dus een autoriteit als het over de geschiedenis van deze school gaat. Want laten we wel wezen: tijdens het gesprek met Felicitas gingen we ver – héél ver – terug in de tijd, soms met heel verrassende wendingen. Het verslag van een uniek uur: herinneringen ophalen aan bijna honderd jaar geleden…

“Ik was twaalf jaar toen ik op Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn arriveerde”, herinnert Felicitas zich. ”Dat moet dus in 1920 geweest zijn. De meeste meisjes gingen naar het pensionaat, maar ik begon in de humaniora. Er waren toen heel veel afdelingen op ten Doorn.” Dat laatste klopt helemaal. Na de Eerste Wereldoorlog ging de school pas weer open op 2 februari 1919. Kort nadien werden tal van nieuwe richtingen opgericht en in de periode dat Felicitas van Oudenhove aankwam, was er op ten Doorn een echt kluwen aan afdelingen. In het pensionaat zaten zo’n 400 leerlingen. Daar leerden de meisjes naast talen en geschiedenis ook koken en huishoudkunde. Verder was er de humaniora, die toen nog niet lang opgericht was. Het was daar dat Felicitas ingeschreven werd. Bezielster van die afdeling was Zuster Seraphia, die in 1912 de zesde Grieks-Latijnse oprichtte. Er werd toen nog van hoog naar laag geteld, dus de zesdes waren eigenlijk het eerste jaar. Bij gebrek aan leraressen Grieks en Latijn, vulden leraars van het naburige Sint-Vincentiuscollege het korps aan.

FRANS

Verder wemelde het nog van de richtingen en afdelingen: de Sint-Paulusafdeling, de Oxfordafdeling, de normaalschool, het externaat, de lagere school, Sint-Theresia en de beroepsschool. “Alles was in het Frans”, herinnert Felicitas zich. “In het humaniora kregen we Latijn en Grieks, maar ook die lessen werden in het Frans gegeven. Ik sprak toen maar weinig Frans, dus ik moest eerst alles van het Nederlands naar het Frans vertalen, om dan naar het Latijn te gaan.” “Ik heb maar de eerste vier jaar van het humaniora uitgedaan. Na het vierde jaar werd ik tijdens de zomervakantie ziek: een zware bronchitis. Zij kan in zo’n toestand toch niet binnen gaan, zei mijn moeder. En dus bleef ik thuis. Daarna ging ik samen met mijn zus naar een school in Brussel, naar de Parnasse. Dat was een finishing school waar ik Frans moest gaan leren.”

GHISLAINE DE WILDE
Verrassend detail: tijdens ons gesprek blijkt dat de zus van Felicitas de moeder was van Ghislaine De Wilde, de oud-leerkracht van College ten Doorn. Ghislaine, die in juli van vorig jaar overleed, moest dus tante zeggen tegen Felicitas. De betreurde Ghislaine overleed relatief jong in vergelijking met haar familie, want haar moeder werd ook 99 jaar. In Eeklo naar school komen was voor Felicitas telkens weer een heuse expeditie. “Ik woonde bij mijn ouders in Ninove toen ik in Onze-Lieve-Vrouw-ten Doorn school begon te lopen. Ik kwam naar Eeklo met de trein. Eerst reden we van Ninove naar Gent-Zuid. Dan moesten we de tram nemen naar de Dampoort en daar vertrok de boemel naar Eeklo.” Felicitas was uiteraard intern op ten Doorn. Er was voor het middelbaar trouwens geen externaat. Zelfs de kinderen van Eeklo die naar het middelbaar wilden, moesten intern worden. De jonge Ninoofse kwam in die tijd in een behoorlijk streng regime terecht. “We mochten maar één keer per trimester naar huis. Tussendoor kwam mijn familie wel eens op bezoek, maar dat was voor hen ook een opdracht want het was een moeilijke correspondence. Misschien heeft dat ook wel meegespeeld om me na vier jaar naar de Parnasse in Brussel te sturen in plaats van weer naar Eeklo. Die school was dichter bij Ninove.”

GOUDEN KOOI

De leerlingen zaten dus een trimester lang vast op school, ook op zondag toen er geen lessen waren. “De zondag moesten we naar de mis en naar het lof. Dat was al twee keer dat de dag wat gebroken was. En voor de rest zaten we in de studie, denk ik. Heel precies weet ik dat niet meer; het is ook al een tijdje geleden, hé.” (lacht) De school was dus een gouden kooi, waar de jongedames niet weg konden. Even met wat vriendinnen een uitje maken op een vrij moment was er absoluut niet bij. “In Eeklo zelf kwam ik zelden”, herinnert Felicitas zich. “Mijn ouders hadden daar kennissen. Mijn vader was voorzitter van de imkersbond en een van de leden woonde in Eeklo. Wanneer hij daar op bezoek ging, mocht ik wel eens mee. Maar voor de rest zagen wij niets van Eeklo. De vier muren van het internaat, ja. Alles was daar trouwens extreem streng toen. We moesten heel vroeg opstaan en gingen dan meteen naar de mis. Pas daarna kregen we ontbijt. De leraressen waren allemaal zusters, op één lekenlerares na: Elvire De Craene. We sliepen in kleine chambrettes zonder gordijnen. De Engelsen mochten elke week in bad, maar wij niet. Die Engelsen werden echt bevoordeligd.”

J33 kopie

INTERNATIONAAL GEZELSCHAP

Er waren veel Angelsaksen op ten Doorn. In de Oxfordafdeling zaten meisjes uit Londen, Dublin, Liverpool, Manchester, Glasgow enzovoort. Maar ook veel Engelse kolonialen uit India stuurden hun dochters naar Eeklo. Overigens kende ten Doorn tussen de twee wereldoorlogen een erg internationaal gezelschap. Er waren natuurlijk Nederlandse en Franse meisjes, maar in de annalen vind je ook jonge dames terug uit Hongarije, Servië, Macedonië, Georgië, Sierra Leone, Zuid-Afrika, Colombia en zelfs uit het Amerikaanse Boston.

Deze foto werd genomen net vóór of na de Eerste Wereldoorlog. Engelse meisjes krijgen een les hockey op de sportpleinen achteraan in de tuin (nu naast de Dullaert). De bomen op de achtergrond staan langs het Leiken.

059,MèreMarie-ChantalIn die tijd wemelde het op ten Doorn dus van de Engelse meisjes. Felicitas weet nog dat die een beetje een school binnen de school vormden. “De toenmalige overste was Mère Chantal, die als een koningin heerste over haar rijk. Verder waren er nog meer zusters: Soeur Fabienne was overste in Sainte-Thérèse, het hogere humaniora. De naam van de overste van Saint-Paul herinner ik me niet meer. Dat was zo’n klein, rap, vliegend madammeke. Op die afdeling Saint-Paul zaten heel veel Engelsen. Daar waren meer Engelsen dan iets anders. Maar we hadden daar geen contact mee: die hielden zich apart. Ze zaten in de cours supérieur pour achever l’éducation, zoals ze dat zegden.” De hogere cursus om de opleiding en de opvoeding af te maken, dus. “Er waren veel meisjes die schreiden. Maar ik heb niet geschreid.”

OXFORD

De Engelse meisjes zaten trouwens niet enkel in de Sint-Paulusfadeling. Tot ver in de 20ste eeuw waren er bijzonder veel Engelse leerlingen op ten Doorn. Reeds in 1845 arriveerde de eerste Engelse meisjes op school: de familie Pucell uit Londen. Het aantal leerlingen uit rijke Engelse families die in Eeklo kwamen studeren, groeide steeds maar aan. Dat was ook de prestigieuze universiteit van Oxford niet ontgaan. Het gevolg was dat in 1908 de Oxford-afdeling van ten Doorn opgericht werd, die deel uitmaakte van Saint-Paul maar volledig Engels was. Wie daar afstudeerde, kreeg meteen ook een toegangsticket voor de universiteit van Oxford. “Die Engelsen brachten trouwens ook al hun sporten mee”, herinnert Felicitas zich. “Ze speelden hockey achteraan in de tuin. En er lag ook een tennisveld. Maar in de grote tuin achteraan mochten we niet komen.” Er was wel meer verboden voor de meisjes van ten Doorn. Jongens, bijvoorbeeld… “Het bisschoppelijk college was naast de deur, maar daar hadden we absoluut geen contact mee”, weet Felicitas. ”Dat was streng verboden. Er stonden trouwens dikke en hoge muren in de weg. Ik kan niet zeggen dat ik goede herinneringen heb aan de school. Het was er zo enorm streng… Er waren veel meisjes die schreiden. Maar ik heb niet geschreid (lacht).”

J32

EZELTJES

Het beetje ontspanning dat er op school was, was dan nog dikwijls weggelegd voor de elite. Felicitas: “Er waren ook twee ezeltjes op school: Toby en Napoleon. De heel rijke meisjes mochten wel eens een ritje maken met die ezeltjes als hun familie op bezoek kwam, maar voor ons was dat niet weggelegd. Het was ook nog de tijd van de berceaux. Over het hele domein lagen wandelpaden die overdekt waren met linden. De zusters en de leerlingen konden zo een vol uur wandelen zonder dat ze zon op hun gezicht kregen. Een blanke huid was toen een schoonheidsideaal.” Betere herinneringen heeft de kranige Felicitas aan haar thuis in Ninove. “Mijn ouders hadden thuis een grote tuin en een serre met druiven en zo. We hadden het redelijk goed, ook tijdens de rantsoenering van de Eerste Wereldoorlog. De mensen in de straat noemden onze tuin “het paradijs”, omdat er zoveel gewassen gekweekt werden. Mijn vader kweekte zelfs konijnen in zijn serre. Maar op een dag trok hij naar het paradijs en moest hij vaststellen dat al zijn konijnen gestolen waren. Tja, de mensen hadden honger, hé. Toen ik naar school kwam, bracht ik trouwens ook eten mee. Mijn vader was imker, dus hadden we natuurlijk veel honing. Ik heb ontzettend veel honing gegeten toen ik klein was.”

CONGO

Na haar schooltijd trok Felicitas naar Congo. “Ik ben getrouwd toen ik twintig was. Mijn man had gestudeerd in Leuven en onmiddellijk na zijn verplicht jaar militaire dienst zijn we naar Congo vertrokken. Hij was landbouwingenieur en ging in de brousse werken. In de periode kort voor de Tweede oorlog uitbrak, hadden we plannen om naar België terug te keren met vakantie. Maar mijn man zei: We gaan dat niet doen. Als het oorlog wordt terwijl we daar zijn, kan ik niet meer weg. En ik heb daar geen werk. De hele Tweede Wereldoorlog zijn we dus in Congo gebleven. Eigenlijk hebben we daardoor de oorlog niet gekend, want in Congo werden we geravitailleerd door Zuid-Afrika. Dat was een zegen, want we konden werkelijk alles krijgen dat elders niet beschikbaar was. En in plaats van tijdens de vakantie naar België te komen, gingen we naar Zuid-Afrika. We zijn lang in Congo gebleven – mijn elf kinderen zijn daar geboren – en daardoor ben ik het contact met Eeklo verloren. Ik ben ook nooit meer teruggekeerd naar ten Doorn.”

12 BETACHTERKLEINKINDEREN

Felicitas is inmiddels dus 108 jaar oud, en dat zorgt voor op zijn zachtst gezegd vreemde situaties bij haar nakomelingen. “Mijn oudste zoon is 87 en mijn jongste is 65. De oudste zoon, Lode, was substituut-generaal en hij gaat af en toe nog iets eten met zijn oud-collega’s. Ze lachen hem altijd uit als hij zegt: Sorry, maar ik moet nog even naar mijn moeder. Begrijp je? Een 87-jarige die nog even bij zijn mama langs moet… Verder heb ik twaalf betachterkleinkinderen. En een van mijn achterkleinkinderen is nu mijn huisarts.” Felicitas steekt de bureaulamp aan die haar scrabblebord verlicht. “Een van de kinderen heeft een scrabblespel gemaakt met extra grote letters, zodat mijn moeder ze goed kan zien”, fluistert dochter Hettie. “Ik heb een goed leven gehad, met zijn ups en zijn downs”, vat Felicitas 108 jaar samen. “Ik heb een paar kinderen verloren, onder meer mijn eerste dochtertje. Ze was vijf jaar en ze is gestorven aan de kroep. Maar ik ben gelukkig, ik mag niet klagen.” Als afscheid geven we de eeuwelinge nog een boek cadeau: “De Zusters van Liefde in ten Doorn” van Rita Van Hoecke. “Zelf lezen zal niet meer gaan, maar we zullen u elke dag een stukje voorlezen, hé mama!”, zegt Hettie. Felicitas knikt goedkeurend, maar lijkt zich dan te bedenken. “’t Is toch in ’t Nederlands, hé?”, vraagt ze vertwijfeld. “Want in die tijd was het allemaal français…”

Lees meer Meetjeslands nieuws

College-ten-Doorn vandaag

Share This:



VORIG ARTIKEL: 

VOLGEND ARTIKEL: